| Demo Human Performance & Limitations | ||
| home | ||
|
Deze demo bevat fragmenten van de originele tekst. Onderstaande onderwerpen worden uitgebreid behandeld op de Cd-rom. De mens kan zich aardig aanpassen aan veranderende omstandigheden, maar functioneert het best op een hoogte nabij het zeeniveau en met een voortbewegingssnelheid die niet hoger ligt dan looptempo. Gaan we hoger, lager of sneller dan krijgen we te maken met psychologische -en fysiologische beperkingen. Daarover gaat dit hoofdstuk. Als eerste bespreken we de ‘luchtziekte’. Luchtziekte wordt algemeen benoemd als bewegingsziekte en omvat naast luchtziekte ook zeeziekte en wagenziekte. Wij blijven het voor het gemak luchtziekte noemen. De luchtziekte wordt veroorzaakt door (onnatuurlijke) bewegingen van het vliegtuig waardoor men zich misselijk kan voelen. Andere symptomen kunnen zijn:
Fysiologische oorzaken van luchtziekte kunnen zijn dat de vliegbewegingen van een heel andere aard zijn dan de persoon tot dan toe gewend was. De zintuigen geven stimuli door aan de hersenen die niet direct geplaatst kunnen worden door de hersenen in bestaande bewegingskaders met de genoemde symptomen als mogelijk gevolg. Het goede nieuws is dat de luchtziekte zal verminderen en zelfs zal verdwijnen als de hersenen de nieuwe bewegingen opgenomen hebben in de bestaande bewegingspatronen. Vanaf dat moment zal men maar weinig of geen last ondervinden van luchtziekte. Dus door vaak te vliegen zal luchtziekte verminderen en/of verdwijnen. Luchtziekte kan ook ontstaan door angst (psychische oorzaak) voor het vliegen of bepaalde vliegbewegingen. In dat geval kan herhaling van de bewegingen juist leiden tot toename van de symptomen en niet tot afname. We kunnen op verschillende manieren last krijgen van toenemende hoogte: 1.We kunnen te maken krijgen met opgesloten gassen: Bij toenemende hoogte zal de druk in gassen (ook lucht is een gas) afnemen maar het volume toenemen. Duikers kennen dit verschijnsel maar al te goed. Als zij tijdens het opstijgen niet goed uitademen, kunnen hun longen openscheuren door het toenemend volume van de lucht in hun longen. De wet van Boyle kan in dit verband worden genoemd. Boyle stelt dat bij een constante temperatuur de druk omgekeerd evenredig is aan het volume. Kortweg: druk x volume = constant. Als de druk afneemt, neemt het volume toe. De wet van Boyle geldt niet alleen voor gas (lucht) in de longen, maar ook in andere lichaamsdelen zoals de maag, darmen, neus –en bijholten, etc. Door het uitzettende volume bij toenemende hoogte kan bijvoorbeeld bij een verstopte neusholte pijnlijk worden. 2. We kunnen ook te maken krijgen met opgeloste gassen: In dit verband is de wet van Henry van belang: Bij constante temperatuur is de hoeveelheid opgelost gas in een vloeistof evenredig met de druk van dat gas in contact met de vloeistof. Laten we deze wet eens vereenvoudigen: Hoe hoger de druk van een gas in contact met de vloeistof, hoe meer gas kan worden opgelost in die vloeistof. Wordt de druk verlaagt, dan kom het gas (gedeeltelijk) vrij uit de vloeistof. Denk in dit verband maar aan een fles frisdrank waarin koolzuurgas opgelost zit. Als je een volle fles schudt dan komt een deel van het koolzuurgas vrij. Wat heeft dit nu te maken met de luchtvaart en menselijke beperkingen? Opgelost stikstof in vetten en spieren kan op eenzelfde manier vrijkomen zodra de druk wordt verlaagt. En we weten dat bij toenemende hoogte de druk afneemt. Dus bij het opstijgen kan het voorkomen dat stikstof vrijkomt in de vorm van stikstofbelletjes. Dit staat bij duikers bekend als decompressieziekte. Een potentieel levensgevaarlijke situatie! Omdat stikstof oa. opgelost zit in vetweefsel is het vetpercentage van invloed op het ontstaan van decompressieziekte. Leeftijd kan ook een rol spelen. Hoe ouder, hoe gevoeliger men kan zijn voor de symptomen. Ook tijdsduur is van belang. Hoe langer men op grote hoogte vliegt, hoe meer kans op symptomen. Als laatste is van belang hoe vaak men in de laatste 48 uur blootgestaan heeft aan drukverlaging door toenemende hoogte. Hoe vaker dit plaatsvindt, hoe hoger de kans op symptomen. Wat zijn de symptomen van decompressieziekte?:
Er kunnen ook psychologische symptomen optreden: Verstoord zicht, onbehagelijk gevoel en concentratie problematiek. Indien bovenstaande symptomen optreden kan de oplossing liggen in verhoging van de luchtdruk door lager te gaan vliegen. Natuurlijk dient de vlieger bij ernstige symptomen direct te landen en de hulp van een arts in te roepen. Om de kans op decompressieziekte te verminderen kan men minimaal een half uur 100% zuurstof inademen voorafgaand aan de vlucht, indien men zonder drukcabine hoger dan 10.000 ft. wil gaan vliegen. Op die manier wordt het mogelijk om tot 25.000 ft. te hoogte te komen zonder (mogelijke) symptomen. Het is sowieso van belang om zuurstof aan boord te hebben bij vluchten boven de 10.000 ft. Indien men duikt met perslucht voorafgaand aan een vlucht, moet men enkele regels in acht nemen. Duiken met perslucht voorafgaande aan het vliegen, verhoogt namelijk de kans op decompressieziekte. Zonder gebruik te maken van decompressiestops bij het duiken moet men minimaal 12 uur na het duiken wachten voordat er gevlogen mag worden. Dit geldt voor duiken in de 24 uur voorafgaande aan de geplande vlucht. Men moet minimaal 24 uur na het duiken wachten met vliegen indien men langer dan 24 uur voorafgaand aan de vlucht meerdere keren gedoken heeft. Heeft men wél gebruik gemaakt van decompressiestops, dan bedraagt de minimale wachttijd voor het vliegen 24 tot zelfs 48 uur. 3. Met toenemende hoogte kan men ook last krijgen van zuurstofgebrek of hypoxia. Met hoogte neemt de luchtdruk af en daarmee neemt ook de hoeveelheid zuurstof af. De longen kunnen daarom minder zuurstof uit de lucht halen waardoor een tekort aan zuurstof kan ontstaan voor het goed functioneren van vitale organen. In dit verband is de wet van Dalton van belang. Dalton’s wet zegt dat bij constante temperatuur ieder gas in een mengsel van gassen evenredig deelneemt in de druk van het gasmengsel. Dit noemt men partiele druk. Met andere woorden; bij contante temperatuur blijft de druk van het mengsel gelijk aan de som van de drukken van de afzonderlijke gassen. Met toenemende hoogte neemt de partiele zuurstofspanning af en is het mogelijk dat de longen te weinig zuurstof uit de omgevingslucht kunnen opnemen. Van belang is te beseffen dat met toenemende hoogte de hoeveelheid zuurstof in de omgevingslucht minder zal zijn, maar het percentage zuurstof in de omgevingslucht gelijk zal blijven. Hemoglobine is een rode kleurstof in de rode bloedcellen van het menselijk bloed dat zuurstof kan binden. De hemoglobine is noodzakelijk voor transport van zuurstof van longen naar weefsels en organen. Indien het hemoglobine gehalte te laag is, kan het bloed onvoldoende zuurstof transporteren en spreken we van bloedarmoede of anemie. De symptomen van anemie kunnen zijn: Duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn en zelfs hartkloppingen. De oorzaken van anemie kunnen zijn, tekort aan ijzer of bloedverlies. Sommige mensen zijn door hun gesteldheid meer vatbaar voor zuurstofgebrek dan anderen. Bijvoorbeeld zullen mensen met bloedarmoede eerder last kunnen krijgen van hypoxia. Ook rokers kunnen eerder last krijgen van zuurstofgebrek. Waaruit bestaat bloed?
Wat zijn de symptomen van zuurstofgebrek of hypoxia?
Welke factoren bevorderen zuurstofgebrek?
Algemeen gesteld is het; verboden om op een hoogte te vliegen waar zuurstofgebrek kan ontstaan, zonder zuurstof aan boord te hebben. Er zijn voorschriften opgesteld die zijn vastgelegd in de Luchtvaartwet, artikel 17 wat betreft het gebruik van zuurstofapparatuur:
Diffusiewet: Naast de genoemde wetten van Boyle, Henry en Dalton is de Diffusiewet van belang om te noemen in dit verband. De Diffusiewet zegt dat gasmoleculen zich gemiddeld willen bewegen van een omgeving met partiele hoge druk naar een omgeving met een partiele lage druk. Bloeddruk: Het hart trekt zo’n 60-80 keer per minuut samen waarbij bloed door de aders en slagaders gepompt wordt. Het bloed vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar alle lichaamsdelen en voert afvalstoffen af. De bloeddruk is onder te verdelen in boven –en onderdruk. Als het hart samentrekt wordt er veel bloed in de slagaders geperst. Dit noemen we bovendruk. Als het hart zich ontspant wordt de druk op de wanden van de vaten minder. Dit noemen we onderdruk. Normaliter varieert de bloeddruk een beetje. Zo is de bloeddruk in de ochtend en avond vaak wat lager dan in de middag. De bloeddruk wordt hoger door lichamelijke -en psychische inspanning. Ook de stemming en emoties bepalen mede de bloeddruk. Hoge bloeddruk noemen we ook wel hypertensie. Een te lage bloeddruk noemen we hypotensie en kan ontstaan door een te geringe zuurstof toevoer naar de hersenen. Symptomen van hypotensie kunnen zijn, duizeligheid (bij het opstaan), flauwvallen of een licht gevoel in het hoofd. De bloeddruk ligt gewoonlijk tussen de 80 (onderdruk) en 120 (bovendruk) mmHg. Positieve g-krachten doen het bloed van de hersenen naar de benen stromen. g-Krachten van meer dan +4 kunnen problemen opleveren met de zuurstoftoevoer naar de hersenen. Het is mogelijk dat men bewusteloos raakt doordat de hersenen niet meer voorzien kunnen worden door het hart van zuurstofrijk bloed. Gelukkig zullen dergelijke g-krachten niet snel optreden bij het besturen van een sportvliegtuig omdat de meeste sportvliegtuigen gecertificeerd zijn voor g-krachten tot +3,8 (de Normal category). | ||
|
De gratis online demo stopt hier. De
volgende onderwerpen over dit examenvak worden uitgebreid behandeld op de
Cd-rom:
| ||
|
U kunt de gehele tekst op Cd-rom bestellen via de bestelpagina. | ||
| copyright L. Kuijpers |