| Demo Airlaw & Operational Procedures | ||
| home | ||
|
Deze demo bevat fragmenten van de originele tekst. Onderstaande onderwerpen worden uitgebreid behandeld op de Cd-rom. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, divisie Luchtvaart en het ministerie van Defensie zijn verantwoordelijk voor de luchtvaart in Nederland en het beheer van het Nederlandse luchtruim. De luchtvaartwetgeving is gebaseerd op de International Civil Aviation Organisation (ICAO). De ICAO is in 1947 officieel opgericht en maakt onderdeel uit van de Verenigde Naties. Het doel van de ICAO is principes en standaarden opstellen voor de internationale luchtvaart. Zo’n 188 landen zijn aangesloten bij de ICAO. Het is voor landen altijd mogelijk om uitzonderingsregels te maken op de internationale afspraken voor het eigen luchtruim. De regering van iedere lidstaat is het hoogste gezag over het luchtruim boven het grondgebied van de betreffende lidstaat. Nederland kent de Luchtvaartwet met daarin het Luchtvaartverkeerreglement (LVR) en de Regeling Toezicht Luchtvaart (RTL). De algemene ICAO reglementen zijn van toepassing op het gebied dat ‘open zee’ genoemd wordt. Dit is het gebied dat buiten de territoriale wateren ligt. Tijdens een internationale vlucht dienen ten minste de volgende documenten aan boord te zijn:
Begrippen:
Luchtvaartterrein: Ieder luchtvaartterrein of aërodrome moet zijn voorzien van ten minste één windzak.Een landings-T is een indicatie voor een landings -en stijg richting evenwijdig aan het staande been & van de voet naar de top van de T. De kleur van de T is wit of oranje (zie grondtekens). Een seinlamp en, indien er geen radio gebruikt wordt, een seinvierkant. De categorie Luchtvaartuigen kan worden onderverdeeld in:
De categorie Aeroplane kan worden onderverdeeld in:
De categorie Glider kan worden onderverdeeld in:
Het nationaliteitskenmerk van Nederland is PH (Papa Hotel). Daarna komt het inschrijvingskenmerk. Vliegtuigen, helikopters en luchtballonnen krijgen na het nationaliteitskenmerk 3 letters, bijvoorbeeld PH-LKS. Zweefvliegtuigen en motorzweefvliegtuigen krijgen na het nationaliteitskenmerk 3 of 4 cijfers, bijvoorbeeld PH-987 of PH-2005. Micro Light Aircrafts (MLA’s) krijgen na
Het
inschrijvingskenmerk mag niet de Q als eerste letter hebben en mag ook niet
worden verward met de internationale nood/urgentiesignalen: SOS, XXX, PAN,
MAYDAY, TTT.
Ieder
luchtvaartuig moet zijn voorzien van een identiteitsplaat met nationaliteits -en
inschrijvingskenmerk.
De Joint Aviation Authorities (JAA) is begonnen als een Europese samenwerking voor de certificatie van vliegtuigen. Heden tracht men de ICAO reglementen te harmoniseren in Europees verband. De JAA hebben regelgeving opgesteld onder de noemer Joint Aviation Requirement (JAR). De JAA landen hebben afspraken gemaakt omtrent autorisatie van examinatoren, registratie en kwalificatie van vliegscholen, uitgifte vliegbrevetten, etc. etc. Deze afspraken liggen vast binnen de JAR-Flight Crew Licensing (FCL). De Nederlandse luchtvaartwetgeving kent 4 niveau’s. Van hoog naar laag:
Belangrijk: Voorschriften veranderen voortdurend. Raadpleeg altijd de laatste uitgave/druk van de VFR-gids, kaarten, NOTAMS en AIC’s! Filmen en/of fotograferen vanuit een vliegtuig in het Nederlandse luchtruim is verboden tenzij het bevoegd gezag een vergunning heeft verleend. Verkeersleidingsgebieden:
De minst beperkende luchtruimklasse bepaald de grens tussen de klassen onderling. Daarnaast onderscheiden we: Aerodrome Traffic Zone (ATZ), rond een ongecontroleerd luchtvaartgebieden in militaire CTR’s als ze gesloten zijn Special Rules Zone (SRZ), gebieden waar specifieke regels gelden In de Aërodrome Control Service (ACS) wordt radar gebruikt voor de omgeving van de luchthaven te scannen, wordt de separatie geregeld voor vertrekkende vliegtuigen, worden VFR vluchten begeleidt en worden vliegtuigen begeleidt die op Final Approach zitten. De gezagvoerder mag niet zonder toestemming van ATC:
Separatie:
Belangrijk: VFR wordt niet gescheiden van VFR Luchtruimclassificatie: Klasse A: Alleen bestemd voor IFR vluchten. Klasse B: Toegang voor IFR & VFR vluchten. 2-zijdig radiocontact is verplicht. Alle luchtverkeer wordt gesepareerd. Er is verkeersleiding voor alle luchtverkeer. Er is geen snelheidsbeperking onder de 10.000 ft. tenzij ATC anders aangeeft. Klasse C: Toegang voor IFR en VFR vluchten. Er is separatie tussen VFR-IFR verkeer. ATC geeft verkeersleiding aan gesepareerd VFR-IFR verkeer, maar geeft informatie aan VFR vluchten. 2-zijdig radiocontact is verplicht. Alle CTR’s in Nederland zijn klasse C. Voor het binnenvliegen van een CTR moet een VFR vlucht toestemming hebben van ATV. Er is een snelheidsbeperking onder de 10.000 ft. van 250 KIAS. Klasse D: Deze klasse komt in Nederland niet voor. Klasse E: Toegang voor IFR en VFR vluchten. ATC geeft informatie aan VFR vluchten. 2-zijdig radiocontact met ATC is niet verplicht voor VFR vluchten en ATC hoeft geen toestemming te geven voor vliegbewegingen. Er is geen separatie tussen VFR en IFR verkeer. Hierdoor moet de VFR vlieger zich bewust zijn van het botsgevaar tussen VFR en IFR verkeer. Er is een snelheidsbeperking onder de 10.000 ft. van 250 KIAS. Klasse F: Toegang voor IFR en VFR vluchten. ATC geeft informatie aan VFR vluchten. 2-zijdig radiocontact met ATC is niet verplicht voor VFR vluchten en ATC hoeft geen toestemming te geven voor vliegbewegingen. Er is geen separatie tussen VFR en IFR verkeer. Hierdoor moet de VFR vlieger zich bewust zijn van het botsgevaar tussen VFR en IFR verkeer. Er is een snelheidsbeperking onder de 10.000 ft. van 250 KIAS. Klasse G: Toegang voor IFR en VFR vluchten. ATC geeft informatie aan VFR vluchten. 2-zijdig radiocontact met ATC is niet verplicht voor VFR vluchten en ATC behoeft geen toestemming te geven voor vliegbewegingen. Er is geen separatie tussen VFR en IFR verkeer. Hierdoor moet de VFR vlieger zich bewust zijn van het botsgevaar tussen VFR en IFR verkeer. Klasse G is het luchtruim van de grond tot de ondergrens van het gecontroleerde gebied dat daarboven ligt. Er is een snelheidsbeperking onder de 10.000 ft. van 250 KIAS. De grens van twee luchtruimklassen wordt bepaald door de minst beperkende klasse. Jachtvliegtuigen mogen vanaf 1200 ft. AMSL vliegen. VFR verkeer kan beter onder de 1200 ft. AMSL blijven. Zichtvliegregels: In klasse B t/m G: Vliegzicht 8 km. (in klasse C 5 km) Verticale afstand tot bewolking 300 meter (in klasse B mag geen bewolking aanwezig zijn) Horizontale afstand tot bewolking 1.500 meter. In klasse F en G wordt onderscheid gemaakt in zichtvliegregels voor verschillende hoogten. Bovenstaande minima gelden ook in klasse F en G boven de 3.000 ft. AMSL. Onder de 3.000 ft. AMSL gelden minima: In klasse F op of onder 3.000 ft. AMSL. In Nederland zijn onder bepaalde omstandigheden toch VFR vluchten toegestaan binnen de CTR met een lagere wolkenbasis en minder grondzicht. Special VFR zicht > 3km wolkenbasis > 600’. Een VFR vlucht moet gecontroleerd worden uitgevoerd in luchtruimklasse B en C. De zichtvliegregels worden uitgebreid behandeld op de Cd-rom. Gevaars –en verboden gebieden:
Transition altitude in de AMS FIR bedraagt 3.500 ft. voor VFR vluchten. Transition Level ligt daar minimaal 1.000 ft. boven. Het transition level wordt ieder uur vastgesteld. De minimale vlieghoogte is, algemeen gesteld, een hoogte waarop een noodlanding gemaakt kan worden zonder gevaar voor personen of goederen op het land. Boven de bebouwde kom is de minimale vlieghoogte 1.000 ft. boven het hoogste obstakel binnen een straal van 2.000 ft. Op andere plekken is de minimale vlieghoogte 500 ft. boven land of water. Gecontroleerde VFR vluchten moeten zich houden aan IFR hoogte en/of hoogte aangegeven door ATC. VFR vluchten met een hoogte van meer dan 3.500 ft. boven grond of water, moeten worden uitgevoerd op de volgende hoogten:
Transponder: VFR vluchten dienen een transponder aan boord hebben, behalve als men onder de 1200 ft. AMSL blijft in luchtruimklasse G, buiten de Genofic area. De transponder moet op mode S of A + C code 7000 gebruikt worden, behalve onder Schiphol TMA-1, tenzij anders voorgeschreven door ATC. | ||
|
De gratis online demo stopt hier. De
volgende onderwerpen over dit examenvak worden uitgebreid behandeld op de
Cd-rom:
| ||
|
U kunt de gehele tekst op Cd-rom bestellen via de bestelpagina. | ||
| copyright L. Kuijpers |